Instructies voor appellanten bij beroepen bij de ABRS en en verzoeken om voorlopige voorziening bij de Voorzitter van de ABRS

 instructies beroep en schorsing.doc

1. Alle instructies en aanwijzingen voor de appellanten bij het kenbaar maken van zienswijzen bij de gemeenteraad gelden hier onverkort.

2. De appellanten reageren op het GS besluit omtrent goedkeuring; het onderwerp van het geschil is dan ook het GS-besluit en niet het bestemmingsplan. Er moet inhoudelijk gereageerd worden op de argumenten die GS hebben aangevoerd om de bedenking af te wijzen. Er mag geen nieuw bezwaar worden ingebracht, behalve als GS goedkeuring hebben onthouden.

3. De appellanten dienen zich te realiseren dat het nu om beroep bij de rechter gaat; allerlei feitelijke geschillen zijn niet zo interessant; het gaat nu om (te construeren) strijd met de wet of met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. U moet het beroepschrift ook hierop concentreren.

4. Appellanten dienen zich voorts te realiseren dat de Afdeling hoogstens bij gegrondverklaring van de beroepen het goedkeuringsbesluit van GS kunnen vernietigen. De Afdeling kan niet zelf het plan aanpassen of een nieuw goedkeuringsbesluit nemen (uitzonderingen daargelaten).

5. Bij een verzoek om voorlopige voorziening gaat het om de vraag of de voorzitter van de Afdeling de inwerkingtreding van het plan wil uitstellen totdat de Afdeling als geheel over het beroep heeft geoordeeld. Het is dus een oordeel van de voorzitter over de kans dat de uiteindelijke beroepszaak tot succes zal leiden. Als hij indicaties krijgt dat het beroep gegrond zou kunnen worden verklaard, zal hij doorgaans zekerheidshalve schorsen. Het is dus zaak bij zo’n voorlopige voorzieningsverzoek om duidelijk te maken dat het beroep kan van slagen heeft; de rechter heeft echter geen tijd voor uitgebreide onderzoeken etc. Het is een soort kort geding-procedure in het bestuursrecht. U moet als appellant aannemelijk maken dat gegrondverklaring mogelijk is.
 
 
 

Dick Peters
30 september 1999

<< Terug